Webinar webschrijven

Dit artikel gaat over het webinar webschrijven van 3 juni 2014 verzorgd door Nynke Hepkema.
Tijdens dit webinar kregen we nuttige informatie over hoe je het beste teksten kunt schrijven voor je webpagina. Dit werd ondersteund door duidelijke voorbeelden en daarna werd onze eigen (voorbeeld) website geanalyseerd.

Image

Leesgedrag: scannen!
Als eerst keken we naar het leesgedrag van de bezoeker. Het is belangrijk om vanuit je bezoeker te denken en hier je manier van schrijven aan aan te passen. Hoe leest jouw bezoeker een tekst? Meestal scant de bezoeker je tekst en hij gaat pas over tot gedragsverandering, als hij heeft gevonden wat hij wil. Scannen gebeurt meestal in een F patroon zoals hieronder op de foto te zien is. Houd hier rekening mee bij het schrijven van je tekst. Plaats je belangrijkste informatie in dit F patroon!

Image

Zorg voor een duidelijke structuur
Maak gebruik van koppen en tussenkoppen. Dit is goed voor de scanbaarheid van de tekst. Ook het gebruik van voldoende witregels helpt hieraan mee. Een lange lap tekst is natuurlijk moeilijk te scannen en nodigt al helemaal niet uit om te lezen.
Daarnaast kun je gebruik maken van bullets en relevante afbeeldingen. Deze afbeeldingen moeten wel relevant zijn. Is dit niet het geval dan zal het eerder negatief werken dan positief. Maak gebruik van signaalwoorden als ‘ten eerste’ ‘ten tweede’ en ‘tot slot’. Dit alles zorgt voor een duidelijke structuur in je verhaal.

Kop en lead

De kop van je tekst moet op de eerste plaats duidelijk zijn en aangeven waar de tekst over gaat. De kop moet echter ook creatief zijn. Maak de kop niet langer dan een regel, maar houd het kort en duidelijk.
Dan de lead. Dat de eerste alinea die volgt na de koptekst. De lead geeft antwoord op de ‘W vragen’. Wie, wat, en waarom. De belangrijkste informatie staat in deze alinea. Probeer in de lead echt vanuit de doelgroep te denken. Wat zijn de belangrijkste zaken die voor hen belangrijk zijn. Deze plaats je in de lead.

Oprolbaar schrijven
Je schrijft ‘oprolbaar’. Dat betekent dat je van belangrijk, naar steeds minder belangrijk gaat. Mensen die dan tussentijds afhaken met het lezen van je tekst, hebben de belangrijkste zaken dan toch gelezen.
Elke alinea bestaat uit ongeveer 50 woorden. Per alinea probeer je één onderwerp te behandelen.

Doelen
Er zijn verschillende doelen mogelijk voor een webtekst. Namelijk; informeren, activeren, service, en verkoop. Bij deze verschillende doelen, horen ook verschillende webteksten. Zo is het bijvoorbeeld verstandig om bij een pagina die aan moet sporen tot activeren, gebruik te maken van grote knoppen als ‘bestel nu’ of ‘schrijf je in’. In het webinar werden voorbeelden gegeven van websites met verschillende doelen.

Homepagina
De homepagina is het startpont van je website en daarom een belangrijke pagina. Een aantal zaken zijn belangrijk om op je homepage te vermelden: je bedrijfsnaam en logo en eventueel een tagline. Dat is een korte uitleg van wat je website inhoudt. De tagline staat meestal vermeld onder het logo. Bijvoorbeeld: Zalando ‘schoenen en fashion online’. Door gebruik te maken van een tagline weten mensen wat ze op je website kunnen vinden. Vaak is dit door alleen de organisatie naam en het logo niet duidelijk.
Ook de navigatie is belangrijk. Zorg ervoor dat mensen gemakkelijk kunnen vinden wat ze zoeken.

Veel mensen gebruiken een welkomsttekst op hun homepagina. Het is aan te raden om dit niet te doen. Mensen willen op de eerste plaats weten welk probleem jij voor hen kan oplossen. Ze hebben vaak geen zin om een welkomsttekst te lezen waar ze eigenlijk niks mee opschieten. Een welkomsttekst op je website is echt nog iets van een aantal jaar geleden en daarom ook echt gedateerd.
Houd je homepage dus kort en prikkelend. Maak gebruik van interne links en benoem het belang voor je bezoeker.

Taalgebruik
Erg belangrijk is het om actief te schrijven. Passieve zinnen komen niet goed over. Gebruik daarom zo min mogelijk woorden als: kunnen, worden en zullen.
Vermijd ook tangconstructies. Dat zijn zinnen die als het ware aan elkaar worden geplakt. Dit zorgt voor lange zinnen en een slechte leedbaarheid. Nogmaals: houd het kort en duidelijk!
Pas daarnaast je taalgebruik aan aan je doelgroep. Gebruik modern taalgebruik en geen oudbollige woorden als; doch, tevens en wederom. Denk aan je spelling en grammatica, niets is zo irritant als een webtekst vol met spelfouten!

Wil je ook eens een interessant webinar volgen? Schrijf je dan in voor een van de webinars van Eduvision!

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s